|   All Languages   
EN   SV   IS   RU   RO   FR   IT   SK   NL   PT   FI   LA   ES   HU   NO   BG   HR   CS   DA   TR   PL   EO   SR   SQ   EL   BS   |   FR   SK   IS   ES   NL   HU   RO   PL   SV   NO   RU   FI   SQ   IT   DA   CS   PT   HR   BG   LA   EO   SR   BS   TR   EL

Engels-Nederlands woordenboek

Dutch-English translation for: een
  ëéïö...
  Options | Tips | FAQ | Abbreviations

LoginSign Up
Home|New Website|About|Vocab Trainer|Subjects|Users|Forum|Contribute!
English-Dutch Dictionary: een

een
a
an
één
one
een aantal {pron}
some
een ander {pron}
another
een andere
another
een paar
a few
a couple of
een boel {noun}
a lot
een hoop {noun}
a lot
(een) dezer dagen {adv}
in the not too distant future
binnen een week {adv}
within a week
een andere keer {adv}
another time [on a different occasion]
een beetje een ...
a bit of a ...
een glas water
a glass of water
in een notendop
in a nutshellzeg.
in één woord {adv}
in a word
met een slakkengang
at a snail's pace
Wat een verrassing!
What a surprise!
een aanbod aannemen
to accept an offer
to take up an offer
een aanrijding hebben
to be involved in a collision / crashverk.
een akkoord bereiken
to reach an agreement
een auto huren
to rent a car
een belofte doen
to make a promise
een besluit nemen
to make a decision
to take a decision [Br.]
een bezoek brengen
to visit
een blauwtje lopen [fig.]
to be / get rejected
to be / get turned down
een buiteling maken
to do a somersault
een cheque uitschrijven
to write out a check [Am.]fin.
to write out a cheque [Br.]fin.
to cut a check [Am.] [coll.]fin.
een deur openbreken
to force a door
to break a door (open)
een dutje doen
to take a nap
een foto maken
to take a photographfoto.
een geding aanspannen
to take legal actionrecht
een gesprek aannemen
to answer a call [telephone]telecom.
een gezin stichten
to start a family
een jaar overdoen
to repeat a form [Br.]opl.
een kaars uitblazen
to blow out a candle
een kamer huren
to rent a room
een keuze maken
to make a choice
een kind uitzetten
to abandon a child
een kruisverhoor afnemen
to cross-examine
een misdaad plegen
to commit a crime
een moord plegen
to commit a murder
een onderwerp aansnijden
to raise a topic
een oproep beantwoorden
to answer a call [telephone]telecom.
een pauze inlassen
to take a break
to have a break
een plaat draaien
to play a record
een plas doen [omg.]
to urinate
een prijsvraag uitschrijven
to hold a competition
een record evenaren
to equal a record
een sigaret opsteken
to light a cigarette
een taal leren
to acquire a language
een tafel reserveren
to reserve a tablegastr.
een trein nemen
to get on a train
een vlieger oplaten
to fly a kite
een vlucht boeken
to book a flightluchtv.toerisme
een vuur stoken
to start a fire
een wetsontwerp aannemen
to pass a billpol.
een zaak afwikkelen
to settle a matter
iem. een duwtje geven
to give sb. a nudge
iem. een genoegen doen
to do sb. a favor [Am.]
to do sb. a favour [Br.]
Doe me een lol!
Give me a break! [coll., expressing annoyance]zeg.
een slechte dienst bewijzen [idioom]
to do no favour [Br.]
Heb je een vuurtje?
Have you got a light? [for a cigarette]
op een gegeven moment {adv}
at some point
at a given moment
at a certain point
urenlang (aan een stuk) {adv}
for hours (on end)
een afwachtende houding aannemen
to adopt a waiting attitude
een beroep doen op
to invoke
een dag vrij nemen
to take a day off
een hekel aan iem./iets hebben
to hate sb./sth.
een kopje koffie drinken
to have a cup of coffee
een numeriek overwicht hebben
to outnumber
een rechtszaak aanspannen tegen iem.
to take sb. to courtrecht
to institute legal proceedings against sb.recht
een stokje voor iets steken
to put a stop to sth.zeg.
een zwak hebben voor iem./iets
to have a weak spot for sb./sth.
iets op een veiling kopen
to buy sth. at an auction
om een spil draaien
to pivot
tegen een stootje kunnen [ook fig.]
to be able to take a hit [also fig.]
alle gekheid op een stokje [fig.]
and now to be serious
Als een oude schuur brandt, is er geen blussen aan. [BN]
[If an old person falls in love, there's no stopping him. Literally: If an old barn catches fire, it's hard to put out the fire.]spreekw.
Alsof er een engeltje op je tong piest.
[To find something tasty. Literally: As though an angel is pissing on your tongue.]spreekw.
alsof er een engeltje over je tong piest
when something tastes really goodspreekw.
Alsof er een engeltje over je tong piest.
[Said of something that is absolutely delicious.]spreekw.
de een na de ander {adv}
one by one
one after another
Een ezel stoot zich niet twee keer aan dezelfde steen
Fool me once, shame on you; fool me twice, shame on mespreekw.
Een goed begin is het halve werk.
Well begun is half done.spreekw.
Een kat in de zak kopen
To buy a pig in a pokespreekw.
een lust voor het oog
a sight for sore eyeszeg.
back to top | home© 2002 - 2024 Paul Hemetsberger | contact / privacy
Dutch-English online dictionary (Engels-Nederlands woordenboek) developed to help you share your knowledge with others. More information
Links to this dictionary or to single translations are very welcome! Questions and Answers
Advertisement