All Languages    |   EN   SV   IS   RU   RO   IT   FR   PT   HU   NL   SK   LA   FI   ES   BG   HR   NO   CS   DA   TR   PL   SR   EO   EL   |   SK   FR   HU   PL   NL   SQ   RU   ES   NO   SV   IS   IT   CS   DA   FI   PT   HR   BG   RO   |   more ...

Engels-Nederlands woordenboek

BETA Dutch-English translation for: met
  ëéïö...
  Options | Tips | FAQ | Abbreviations | Desktop

LoginSign Up
Home|About/Extras|Vocab Trainer|Subjects|Users|Forum|Contribute!
English-Dutch Dictionary: met
met {prep}
with
met name {adv} <m.n.>
especially
met opzet {adv}
deliberately
met vier {adv}
in a group of four
met vieren {adv}
as a foursome
met vieren {adv} [omg.]
in a group of four
overeenkomstig (met) {adv}
matching
met iem. kennismaken
to get to know sb.
met iem. verkeren
to deal with sb.
to associate with sb.
uitscheiden (met) [ophouden]
to cease
gegratineerd met kaas {adj}
au gratin with cheese [postpos.]
in samenhang met {prep}
in conjunction with
met andere woorden <m.a.w.>
in other words
met betrekking tot {prep} <m.b.t.>
concerning
with regard to
with reference to
met de auto {adv}
by car
met de dag {adv}
(from) day to day
by the day [+ comparative, e. g., better by the day]
met de hand {adv}
by hand
met de tram {adv}
by tram
met een slakkengang
at a snail's pace
met kaas gegratineerd {adj}
au gratin with cheese [postpos.]
met lege handen {adj}
empty-handed
met onmiddellijke ingang {adv}
with immediate effect
met ons gevieren {adv} [omg.]
in a group of four
met ons vieren {adv}
in a group of four
Met vriendelijke groeten,
Yours sincerely,
Yours faithfully, [Br.] [at the end of a letter in which the recipient is not addressed by name]
met zijn vieren {adv}
in a group of four
genoegen met iets nemen
to put up with sth.
medelijden hebben met
to pity
met gember kruiden
to gingergastr.
met iem. (veilig) vrijen
to have (safe) sex with sb.
met iem. overhoop liggen
to be in conflict with sb.zeg.
met iets rekening houden
to consider sth. [take into account]
met pensioen gaan
to retire
met room bereiden
to creamgastr.
met schuim bedekken
to cover with foam
met zich meebrengen
to involve
zich behelpen met iets
to make do with sth.
zich bemoeien met
to meddle in
to interfere with
mand {de} met fruit
basket with fruit
ongeval {het} met vluchtmisdrijf
hit-and-run accidentverk.
met de klok mee {adj} {adv}
clockwise
met ingang van heden
as from today
met mes en vork {adv}
with a knife and fork
niet te verwarren met ...
not to be confused with ...
heulen (met de vijand)
to collaborate (with the enemy)
met iem. in zee gaan
to team up with sb.
niet akkoord zijn met
to disagree with
brug {de} met ongelijke leggers
uneven bars {pl}sport
asymmetric bars {pl}sport
moord {de} met voorbedachten rade
premeditated murderrecht
Aangenaam kennis met u te maken.
Nice to meet you.
Het gaat goed met hem.
He is doing well.
Hoe gaat het met hem?
How is he doing?
Hoe gaat het met jou?
How are you?
wees blij met wat je krijgt
beggars can't be choosersspreekw.
Zij waren met hun drieën.
The three of them were together.
met de grond gelijk maken
to demolish
met een schone lei beginnen
to start with a clean slatezeg.
met iets op de proppen komen
to come up with sth.
zich met de ellebogen een weg banen
to elbow one's way
zich met handen en voeten tegen iets verzetten
to resist sth. with all one's might and mainzeg.
back to top | home© 2002 - 2019 Paul Hemetsberger | contact / privacy
Dutch-English online dictionary (Engels-Nederlands woordenboek) developed to help you share your knowledge with others. More information!
Links to this dictionary or to single translations are very welcome! Questions and Answers