|   All Languages   
EN   SV   IS   RU   RO   FR   SK   IT   NL   LA   ES   PT   FI   HU   NO   UK   BG   HR   CS   DA   TR   PL   EO   SR   SQ   EL   BS   |   FR   SK   IS   ES   IT   NL   RO   HU   PL   SV   RU   NO   FI   UK   SQ   DA   CS   PT   HR   BG   LA   EO   SR   BS   TR   EL

Engels-Nederlands woordenboek

Dutch-English translation for: In
  ëéïö...
  Options | Tips | FAQ | Abbreviations

LoginSign Up
Home|New Website|About|Vocab Trainer|Subjects|Users|Forum|Contribute!
English-Dutch Dictionary: In

ADJ   in | more in | most in
in
in {prep}
inch <in.>
Engelse duim {de}eenheid
Indiana <IN> [Hoosier State]
Indiana {het} [staat van de Verenigde Staten]geogr.
indium <In>
indium {het} <In>chem.
in addition
bijkomend {adv}
daarenboven {adv}
in advance
vooraf {adv}
vooruit {adv}
van tevoren {adv}
in between
daartussen {adv}
ertussenin {adv}
in case
in het geval {conj}
in cash
contant {adj} {adv}fin.
in church
in de kerk {adv}
in disagreement
oneens {adj}
in fact
in feite {adv}
feitelijk {adv}
eigenlijk {adv}
in February
in februari {adv}
in front
vooraan {adv}
in general
in het algemeen {adv}
in hindsight
achteraf gezien {adv}
in it
daarin {adv}
in jail
in de gevangenis {adv}
in love [postpos.]
verliefd {adj}
in need [postpos.]
hulpbehoevend {adj}
in operation
in werking {adv}
in particular
namelijk {adv}
in het bijzonder {adv}
in passing
terloops {adv}
in practice
in de praktijk {adv}
in public
in het openbaar {adv}
in question [postpos.]
betreffende {adj}
in reality
in het echt {adv}
in werkelijkheid {adv}
in retrospect
achteraf gezien {adv}
in secret
stiekem {adv}
in short
kortom {adv}
enfin {adv} [kortom]
in size
groot {adj} [een genoemde afmeting hebbend]
in stock
op voorraad {adv}
in succession
opeenvolgend {adv}
in town
in de stad {adv}
in transit
onderweg {adv}
in vain
tevergeefs {adv}
in which
waarop {adv}
in wintertime
's winters {adv}
in writing
schriftelijk {adv}
to believe in sb./sth.
in iem./iets geloven
to bring in
binnenhalen
to dig in [entrench]
verschansen
to engage in sth. [participate in sth.]
aan iets deelnemen
to fill in
invullen
to fold in
inklappen
to get in
instappen
to give in
toegeven
to go in [enter] [a building, etc.]
intreden
to hand in
inleveren
to join in
meedoen
deelnemen
to live in
bewonen
to log in [a computer, website, etc.]
inloggen
zich aanmelden
to march in
binnentrekken
to meddle in
zich bemoeien met
to move in
intrekken
to put in
instoppen
to result in
uitmonden in
resulteren in
to revel (in)
zwelgen [fig.]
to run sb. in [coll.]
iem. oppakken
to send in
insturen
to set in [begin]
intreden
to sleep in
uitslapen
to step in
binnenkomen
to throw in
ingooien
to type in
intypen
to wash in
inwassenbouwk.
break-in
inbraak {de}
filling in
invulling {de}
in-law
aangetrouwd familielid {het}
plug-in
plug-in {de}comput.
... in the world
... ter wereld
deep in winter
in hartje winter {adv}
dressed in red
in het rood gekleed {adv}
in (an) uproar
in rep en roer
in (the) winter
's winters {adv}
in a bind
in het nauw
in a nutshell
in een notendopzeg.
in a way
als het ware {adv} <a.h.w.>
in a word
in één woord {adv}
enfin {adv} [in één woord]
in accordance with
conform {prep}
ingevolge {prep}
in ancient Egypt
in het oude Egypte {adv}gesch.
in any case
sowieso {adv}
in elk geval {adv}
in ieder geval {adv} <iig>
in book form
in boekvorm
in case of
bij {prep} [in geval van]
back to top | home© 2002 - 2025 Paul Hemetsberger | Contact / Privacy | Cookie Settings
Dutch-English dictionary (Engels-Nederlands woordenboek) developed to help you share your knowledge with others. More information
Links to this dictionary or to single translations are very welcome! Questions and Answers
Advertisement