All Languages    |   EN   SV   IS   RU   RO   FR   IT   PT   NL   SK   HU   LA   FI   ES   BG   HR   NO   CS   DA   TR   PL   EO   SR   EL   |   SK   FR   HU   NL   PL   SQ   IS   RU   ES   SV   NO   FI   IT   CS   DA   PT   HR   BG   RO   |   more ...

Engels-Nederlands woordenboek

BETA Dutch-English translation for: Out
  ëéïö...
  Options | Tips | FAQ | Abbreviations

LoginSign Up
Home|About/Extras|Vocab Trainer|Subjects|Users|Forum|Contribute!
English-Dutch Dictionary: Out
NOUN   out | outs
VERB  to out | outed | outed
outing | outs
burnt out [esp. Br.]
uitgebrand {past-p}
burnt-out [esp. Br.]
uitgebrand {adj}
inside out
binnenstebuiten {adv}
out of
uit {prep}
sold out
uitverkocht {adj} {past-p}
worn out
versleten {adj} {past-p}
doorgedraaid {adj}
to air (out)
luchten
to bail sb. out [coll.]
iem. uit de nood helpen
to blow out [candle, match etc.]
uitblazen
to burst out
uitvallen
uitbarsten
to carry out
uitvoeren
to cast out
uitstoten
to check out
zich afmelden
to comb out
uitkammen
to come out
uitkomen
to cross out
doorhalen
doorstrepen
to cut out
uitsteken [stekend verwijderen]
to die out
uitsterven
to drop out
afhaken
opgeven
to dry out [become dry]
uitdrogen
to eat out
uit eten
to empty out
leegscheppen
uitscheppen [leegscheppen]
to fight out
uitvechten
to figure out
uitvissen
uitknobbelen
uitpluizen [uitknobbelen]
to figure out [ascertain]
uitvinden
te weten komen
to figure out [decipher]
ontcijferen
to find out
erachter komen
to fold out
uitklappen
to go out [for a drink]
stappen [omg.]
to go out [leave one's house, for entertainment]
op stap gaan
to help out
meehelpen
to leave out
weglaten
to log out
uitloggencomput.
zich afmeldencomput.
to look out
uitkijken
to pay out
uitbetalen
to point out
aanwijzen
to put out
uitdraaien
to put out [a fire]
blussen
to put out [light, fire]
uitdoven
to puzzle out
uitknobbelen
uitpluizen [uitknobbelen]
to rent out [Am.]
verhuren
to roll out [unroll]
uitrollen
to scoop out
uitscheppen
to send out
uitsturen
to shut out
uitsluiten
to shut out [exclude]
buitensluiten
to smoke out
uitroken
to sort out
uitzoeken
to sound sb. out
iem. polsen
to stand out
afsteken
to stick out
uitsteken [naar buiten steken]
to strike (out)
doorstrepen
to take out [remove]
uitnemen
to tear out
uitrukken
to toe out
o-benen {mv} hebben
to turn out
uitdraaien
to watch out
uitkijken
voorzichtig zijn
to wear out
verslijten
Cut it out! [coll.]
Stop daarmee!
out of date [pred.]
ouderwets {adj}
out of earshot
buiten gehoorsafstand
out of it
eruit {adv}
out of order
buiten werking
out of stock
uitverkocht {adv}
out of tune
ontstemd {adj}
out-of-date [attr.]
ouderwets {adj}
out-of-hours
buiten kantooruren {adj}
to burst out laughing
het uitproesten
in lachen uitbarsten
Out of the question!
In geen geval.
to be out of work
werkloos zijn
to leave sth. out of consideration
iets buiten beschouwing laten
to turn out to be
blijken te zijn
drunk out of their wits [coll.]
straalbezopen {adj} [omg.]
You can't make something out of nothing.
Men moet zaaien, wil men maaien.spreekw.
to be out of the question
uit den boze zijn
to be out of your depth
een maatje te klein zijn
niet opgewassen zijn tegen
to help sb. out of a fix [coll.]
iem. uit de nood helpen
to put sb. out of his / her misery
iem. van zijn / haar lijden verlossen
to step out of the box
buiten de lijntjes kleuren
back to top | home© 2002 - 2020 Paul Hemetsberger | contact / privacy
Dutch-English online dictionary (Engels-Nederlands woordenboek) developed to help you share your knowledge with others. More information
Links to this dictionary or to single translations are very welcome! Questions and Answers
Advertisement