All Languages    |   EN   SV   IS   RU   RO   FR   IT   SK   PT   NL   HU   FI   LA   ES   BG   HR   NO   CS   DA   TR   PL   EO   SR   EL   |   SK   FR   HU   PL   NL   SQ   ES   IS   RU   SV   NO   FI   IT   CS   DA   PT   HR   BG   RO   |   more ...

Engels-Nederlands woordenboek

BETA Dutch-English translation for: be
  ëéïö...
  Options | Tips | FAQ | Abbreviations

LoginSign Up
Home|About/Extras|Vocab Trainer|Subjects|Users|Forum|Contribute!
English-Dutch Dictionary: be

to be
zijn
zich bevinden
beryllium <Be>
beryllium {het} <Be>chem.
Be careful!
Pas op!
to be absent
mankeren
ontbreken
to be afraid
bang zijn
to be alive
leven
to be allowed
mogen
to be amazed
zich verbazen
to be annoyed
zich ergeren
to be ashamed
zich schamen
to be available
ter beschikking staan
to be baffled
verbluft zijn
verbaasd zijn
to be bored
zich vervelen
to be born
geboren worden
to be busy
het druk hebben
to be called
heten [intransitief]
to be capable
in staat zijn
to be confused
in de war zijn
to be conspicuous
opvallen
to be derailed
ontsporen
to be done
klaar zijn
to be drunk
boven zijn theewater zijn [fig.]
to be embarrassed
zich generen
to be enacted
zich constitueren
to be engaged
bezig zijn
to be established
zich constitueren
to be for sth. [e.g. an axe is for felling trees]
dienen om iets te doen
to be found
verkeren
to be hasty
jachten
to be honest
om eerlijk te zijn
to be inflamed
ontsteken
to be like
zwemen (naar)
to be lucky
boffen
to be missing
ontbreken
to be mistaken
zich vergissen
to be ready
klaarstaan
to be right
gelijk hebben
to be silent
zwijgen
to be surprised
opkijken
zich verbazen
to be suspicious
wantrouwig zijn
achterdochtig zijn
to be thirsty
dorst hebben
to be unemployed
werkloos zijn
to be unfaithful
vreemdgaan
ontrouw zijn
to be upset
van streek zijn
to be valid
gelden
to be waiting
klaarstaan
to be worthwhile
de moeite waard zijn
to be wrong
mankeren
zich vergissen
ongelijk hebben
if need be
desnoods {adv}
to be / get rejected
een blauwtje lopen [fig.]
to be able (to) [can]
kunnen
to be accustomed to
plegen te [gewoon zijn]
to be afraid of
bang zijn van
bang zijn voor
angst hebben voor
to be at disposal
aangevochten worden
to be crazy about sb./sth. [coll.]
dol op iem./iets zijnzeg.
gek op iem./iets zijnzeg.
stapel op iem./iets zijnzeg.
stapelgek op iem./iets zijnzeg.
to be dead broke
op zwart zaad zittenzeg.
to be fond of
houden van
to be guilty of sth.
zich aan iets schuldig maken
to be in suspension
zweven
to be intent on
zinnen op [wraak, succes]
to be intent on sth.
gebrand zijn op iets
to be interested in sth.
voor iets belangstelling hebben
to be mad about sb./sth. [coll.]
dol op iem./iets zijnzeg.
stapel op iem./iets zijnzeg.
stapelgek op iem./iets zijnzeg.
to be on duty
van dienst zijn
to be on holiday [esp. Br.]
vakantie vieren
to be on time
op tijd zijn
to be part of
uitmaken [deel van zijn]
to be pissed off [sl.]
kwaad zijn
schuimbekken
to be proud of sth.
trots zijn op iets
to be smitten with sb.
op iem. smoorverliefd zijn
to be tired of
genoeg hebben van
to be tired of sb./sth.
iem./iets beu zijn
to be up to sth.
iets uitsteken [BN] [een streek uithalen]
iets uitspoken [NN] [een streek uithalen]
Beggars can't be choosers.
Wees blij met wat je krijgt.spreekw.
to be / get turned down
een blauwtje lopen [fig.]
to be all at sea
de kluts kwijt zijnzeg.
to be diametrically opposed to
lijnrecht staan tegenover
to be fed up with sb./sth.
iem./iets beu zijn
to be in a hurry
haast hebben
to be in conflict with sb.
met iem. overhoop liggenzeg.
to be in love with
verliefd zijn op
to be in the know
ingewijd zijn
to be on the decline
aftakelen
back to top | home© 2002 - 2020 Paul Hemetsberger | contact / privacy
Dutch-English online dictionary (Engels-Nederlands woordenboek) developed to help you share your knowledge with others. More information
Links to this dictionary or to single translations are very welcome! Questions and Answers
Advertisement