Alle Sprachen    |   EN   SV   IS   RU   RO   IT   FR   PT   HU   NL   SK   LA   FI   ES   BG   HR   NO   CS   DA   TR   PL   SR   EL   EO   |   SK   FR   HU   PL   NL   SQ   RU   ES   NO   SV   IT   CS   DA   IS   PT   HR   FI   BG   RO   |   more ...

Duits-Nederlands woordenboek

Deutsch-Niederländisch-Übersetzung für: [te]
  äöüß...
  Optionen | Tipps | FAQ | Abkürzungen | Desktop

LoginRegistrieren
Home|About/Extras|Vokabeltrainer|Fachgebiete|Benutzer|Forum|Mitmachen!
Niederländisch-Deutsch-Wörterbuch: [te]
handig {adj} {adv} [makkelijk te hanteren]
praktisch [handlich]
handlich
bijtijds {adj} {adv} [niet te laat]
rechtzeitig
meegaand {adj} [gemakkelijk te leiden]
fügsam
gefügig
panklaar {adj} {adv} [om te bakken]
backfertiggastr.
panklaar {adj} {adv} [om te braden]
bratfertiggastr.
panklaar {adj} {adv} [om te koken]
kochfertiggastr.
gaan {verb} [zich te voet bewegen]
gehen
voorkomen {verb} [ergens te vinden zijn, soms gebeuren]
vorkommen
knoeien {verb} [oneerlijk te werk gaan]
schummeln
mogeln
schwindeln
uitzoeken {verb} [door onderzoeken te weten te komen]
herausfinden
ondergaan {verb} [zinken, te gronde gaan]
untergehen
iem. aanklampen {verb} [om geld te lenen] [omg.]
jdn. anhauen [ugs.]
jdn. anpumpen [ugs.]
jdn. anzapfen [ugs.]
iem. strikken {verb} [fig.] [om iets te doen]
jdn. angeln [ugs.] [fig.] [etwas zu machen]
iets aangeven {verb} [te kennen geven]
etw. andeuten
uitkomen {verb} [te voorschijn komen]
ans Licht kommen
an den Tag kommen
val {de} [om te vangen]
Falle {f}
brandstofpomp {de} [apparaat om brandstof te verkopen]
Zapfsäule {f}
Tanksäule {f}
broodtrommel {de} [om brood mee te nemen voor de lunch]
Brotbüchse {f}
broodtrommel {de} [om brood thuis te bewaren]
Brottrommel {f}
dodenlijst {de} [van om te brengen mensen]
Todesliste {f}
koker {de} [om iets in te steken]
Hülse {f}
lichaamsbeweging {de} [om het lichaam te versterken]
körperliche Betätigung {f}
ondergang {de} [het te gronde gaan]
Ruin {m} [Untergang]
stop {de} [om een opening af te sluiten]
Stöpsel {m}
strop {de} [ketting of touw om een voorwerp op te hijsen]
Seilschlinge {f}
handig zijn {verb} [makkelijk te hanteren]
praktisch sein
ter zake doen {verb} [ermee te maken hebben]
zum Thema gehören
te mooi om waar te zijn
zu schön, um wahr zu seinzeg.
Vertrouwen komt te voet en gaat te paard.
[Vertrauen ist schwer zu erwerben, aber leicht zu verlieren.]spreekw.
niet te beroerd zijn om iets te doen {verb}
nicht abgeneigt sein, etw. zu tun
nach oben | home© 2002 - 2019 Paul Hemetsberger | Impressum / Datenschutz
Dieses Deutsch-Niederländisch-Wörterbuch (Duits-Nederlands woordenboek) basiert auf der Idee der freien Weitergabe von Wissen. Mehr Informationen!
Links auf dieses Wörterbuch oder einzelne Übersetzungen sind herzlich willkommen! Fragen und Antworten